Stel je voor dat Pablo Picasso niet in de negentiende, maar in de achttiende eeuw was geboren. De talentvolle schilder, die ook schitterend kan tekenen, de meester van perspectief, vorm en kleur... zou hongerig en dakloos op een smerige Avenue van Parijs wonen, waar hij een stuk bedorven kaas deelt met een collega-schilder, een vent met rood haar die zich Vincent noemt.
Zwarte kraaien
Na de hele dag te hebben gebedeld zouden ze allebei, de energieke Spanjaard en de breekbare Hollander, de laatste paar centen die ze bij elkaar hebben geschraapt, uitgeven aan schildersdoek en verf. Dan vliegen zwarte kraaien bij zonsondergang over een graanveld, op het gezicht van de vrouw met het vierkante gezicht breekt een glimlach door.
Courtisanes
Tot op een dag Lodewijk, verkleed als timmerman, alleen door de Parijse straten loopt om te ontdekken wat er waar is van die geruchten dat le peuple iedereen het hoofd wil afhakken.
Hij passeert de twee kunstenaars, herkent hun talent en biedt ze geld, eten, een carrière, een plek om te wonen en te leven als Koninklijke portretschilders in Versailles. Hun prachtige portretten zouden de muren van het paleis vullen, de vrolijke schilderijen van courtisanes in levendige kleuren zijn prachtig om te zien… maar niet om verliefd op te worden.
Kan het erger dan Filemon?
Kan het erger dan Filemon? Nee, maar je komt akelig dicht in de buurt Diego.
Picasso meester van perspectief? Wat een populair gezwam. In de 18e eeuw geboren? Dan had hij bijna honderd jaar oud moeten worden om met van Gogh in Parijs te kunnen wonen. Le peuple wil iedereen het hoofd afhakken?Hoezo iedereen? Maar los van dit onnozele kletsverhaal, waar blijft die huiswijn eigenlijk?
Plaats een nieuwe reactie