Een Duitse filosoof heeft eens gezegd: 'Man ist was man isst.' Je bent wat je eet. Als wijndrinker vraag je je dan meteen af: ben ik wat ik drink? Zelf hou ik bijvoorbeeld nogal van zuur. Het kan mij bijna niet zuur genoeg zijn. Zoals riesling, een wijn die erom bekendstaat dat hij (naast veel andere fijne dingen) veel zuren heeft. Maar waar medeliefhebbers op een gegeven moment hun hoofd beginnen te schudden en zeggen: 'Maar deze heeft toch wel érg veel zuur', begin ik net los te komen en neem nog een slok. Lekker fris, vind ik zo’n wijn.
Zuur type
Betekent dat dat ik een zure tante ben? Het zou best eens kunnen. Als kind al hield ik erg van zuurtjes. Liefst die grote gele ballen, want die waren écht zuur. Ik beet ook regelmatig zo in een citroen, al moet ik er eerlijk bij zeggen dat ik dat vooral deed vanwege het gezicht dat mijn moeder dan trok. Ja, misschien ben ik wel een zuur type. Soms bak ik een cake en als mijn man dan verheugd een hap neemt, zie ik even later zijn gezicht alweer betrekken. Te veel citroenschil.
En nog bitter ook
Een onthullend testje, dit. Want bitters in wijn vind ik ook wel prettig. Niet de heftige bitters van tannine in een harde rode wijn, maar een lekker bittertje in de afdronk van een leuke Italiaan. Veel Italiaanse wijnen hebben dat, dat aangename beetje bitter dat je tong plaagt of nog even rondspookt nadat je al hebt doorgeslikt.
Maar het komt goed
Zuur en bitter: komt dat nog goed? Ja, want gelukkig hou ik ook heel veel van heerlijk plakkerig lippensmakkend zoet. Recioto della Valpolicella, Icewine, Sauternes, Vouvray, Trockenbeerenauslese – er is zoveel en ik drink het allemaal graag. Vooral ook omdat een goede zoete wijn absoluut niet zonder zuren kan...
Plaats een nieuwe reactie