Lang geleden, toen ik jong was, jonger nog dan nu, kocht ik eind december rotjes en donderslagen, dikke rotjes waren dat, als Cubanen naast de armetierig dungedraaide rotjessjekkies. Niemand die het ons verbood, al waren we nog nauwelijks tien. Met oud & nieuw lagen we al hoog en breed in bed, al mochten we rond twaalven rillerig en gaperig voor de ramen staan, kil uit bed gehesen, bang kijkend naar echt vuurwerk dat de Cubacrisis wel leek waar we vaag onze ouders bezorgd over hadden horen praten.
Rotjes en dinky toy
Later, in januari, februari, als op een slechte dag al onze klappertjespistolen leeggeschoten waren, bedachten we, bedacht ik, de bewaarderige, dat ik nog rotjes had, en wie weet donderslagen. Wat zouden die doen met een afgedankt afgebladderd speelgoedautootje met nog slechts drie wielen?
En we togen naar het Museumplein, dat lelijk was, maar nog lang zo lullig niet als nu, en bliezen onze dinky toys op. De Baader-Meinhofgroep, de Rote Armee Fraktion, de IRA, we hoorden er onze ouders over, maar het zei ons niks. We wilden gewoon weten wat het effect was van een donderslag op een dinky toy. De Jonge Onderzoekers.
Grand cru
Later gingen we aan de drank. Om op James Bond te lijken, en om na rum-cola kotsend aan de slootkant te eindigen, maar ook om te weten wat dat nou was, grand cru en goede oogstjaren. Oftewel, ik had nu amateurterrorist kunnen zijn, of korporaal tweede klasse bij de Explosievenopruimingsdienst, maar de wijn bleek het aantrekkelijkst. En niet knalspuitschuimwijn of sensationele grands crus, maar heel rustige wijnen. Die in alle bescheiden eenvoud weergaloos lekker zijn, dat dan wel. Proost. Op een mooi nieuw jaar.
Plezant, vrolijkfruitig begin: Zuid-Frans rood, rosé en wit van Domaine du Vieux Moulin, € 4,49, Super de Boer. Biologisch.
Plaats een nieuwe reactie