Voor veel wijndrinkers geldt dat ze aanvankelijk vooral onder de indruk zijn van de grote krachtpatsers onder de wijnen. Zo verging het mij ook. Ik was verbaasd dat er zóveel in een wijnglas paste. Al dat fruit, al die specerijen: geweldig! Nog een sliert rokerigheid erbij en ik was helemaal tevreden.
In de loop van de tijd ontdek je dan dat er wijnen zijn die al die dingen ook hebben, maar dan subtieler en vaak met allerlei andere, extra laagjes erbij. Een mooie witte Bourgogne kan ook romig en boterig zijn, maar heeft daarnaast frisheid en fruit en mineraliteit en levendigheid – kenmerken waar het de wijn waar ik ooit zo enthousiast over was waarschijnlijk aan ontbrak.
Het gekke is dat je soms niet eens merkt dat je smaak aan het veranderen is. Zo vond ik bijvoorbeeld de Apóstoles van González Byass (een oude, eerbiedwaardige sherry van het type palo cortado) altijd een fantastische wijn. En dat is-ie ook – ik kan hem iedereen oprecht aanbevelen. Alleen heb ik inmiddels nóg mooiere sherry’s gedronken, die alles hebben wat die Apóstoles heeft aan smaaknuances en diepte, maar dan met (nog) meer frisheid, elegantie en verfijning. Pas toen ik onlangs die Apóstoles weer eens dronk, merkte ik het: de wijn was hetzelfde, maar ik was veranderd.
Heerlijk is dat, te weten dat je nieuwe ontdekkingen doet, dat je bijleert, dat de wijnen die je drinkt veranderen, dat je zelf verandert. Oude vrienden kunnen je opnieuw verrassen en nieuwe liefdes wachten rustig tot jij ze ontdekt.
Ik ben benieuwd waar het eindigt. Wat drink ik als ik tachtig ben? Misschien moet ik me daar maar niet te veel illusies over maken: de kans bestaat dat het een advocaatje met slagroom wordt...
Plaats een nieuwe reactie