
foto: David Lindsey / Loisium Oostenrijk
Snelcursus Oostenrijk
Belangrijkste druivenrassen wit: grüner veltliner, riesling
Belangrijkste druivenrassen rood: blauer zweigelt, blaufränkisch.
Wijngaardareaal: 51.000 hectare
Belangrijkste gebieden: Wachau, Kamptal, Kremstal, Niesiedlersee, Burgenland
Het is maar een klein wijnlandje, dat Oostenrijk, maar wat komen er een mooie wijnen vandaag. Wijnbouw in Oostenrijk is geconcentreerd in een viertal gebieden in het oosten en zuiden van het land: Niederösterreich, Neusiedlersee, Burgenland en Steiermark. De diverse wijngebieden in Niederösterreich (een brede strook met Wenen als centraal punt) zijn vooral bekend door de witte wijnen die er vandaan komen. Het Burgenland en de Neusiedlersee in het zuidoosten hebben een grote naam op het gebied van zoete en rode wijnen. In Steiermark komen vooral 'mediterrane' druivenrassen voor; het gebied heeft meer overeenkomsten met Friuli in Italië en Slovenië dan met de andere Oostenrijkse wijngebieden.
Klimaat en bodem
Oostenrijk wordt gekenmerkt door bergen, maar gelukkig zijn er ook minder barre omstandigheden voor de wijnbouw. In de dalen langs de Donau, in de vlakte bij de ondiepe Neusiedlersee en op de hellingen van Steiermark gedijen de druiven uitstekend, genietend van zonnige zomers en een mild najaar. De hellingen langs de Donau bestaan vaak uit löss en leem, maar ook leisteen komt vaak voor, evenals andere bodemsoorten. De omstandigheden rondom de Neusiedlersee zijn uitstekend voor het ontstaan van edele rotting, zodat hier ook grote zoete wijnen vandaan komen.
Geschiedenis
Waarschijnlijk kenden de Keltische stammen voor het begin van onze jaartelling al een drank van gegiste druiven. Zeker is dat de Romeinen in hun provincie Noricum de wijnbouw beoefenden. Grote kloosters langs de Donau zorgden in de Middeleeuwen voor aanplant van wijnstokken. In de 19e eeuw vernietigden schimmelziektes en druifluis ook in Oostenrijk de wijngaarden. Nadat de wijnboeren zich van deze ramp hersteld hadden, ontstond een wijnbouwsector die vooral produceerde voor locale consumptie en bulkexport naar landen als Duitsland en Italië. In 1985 werd Oostenrijk getroffen door een wijnschandaal, waarbij beweerd werd dat er antivries in de wijnen zat om deze voller te laten lijken. Antivries was het niet, maar de schade was geschied. Ten tijde van dit schandaal had Oostenrijk al een vrij strenge wijnwetgeving, die daarna echter nog veel strenger is geworden. Want hoewel het slechts enkele kwaadwillende producenten betrof, hebben alle wijnmakers in Oostenrijk de les uit het schandaal getrokken. Ze richten zich vanaf dat moment vooral op kleinschaligheid en kwaliteit in plaats van kwantiteit.
Oostenrijk nu
Oostenrijk is vooral sterk in wijnen van eigen inheemse druiven, zowel droog als zoet. Zo is meer dan een derde van de aanplant grüner veltliner, een witte veelzijdige druif die wijnen kan voortbrengen die door kenners vergeleken is met dure bourgogne. Wat de rode druiven betreft wordt met ‘buitenlandse’ druiven als merlot, syrah en cabernet sauvignon geëxperimenteerd, maar de interessantste en beste resultaten komen weer van inheemse soorten als blauer zweigelt en blaufränkisch. Oostenrijkse wijnen zijn vaak gemaakt van slechts één druivenras.