• 0

Thuis wijn proeven

Nicolaas KleiOver wijn leer je door veel te proeven. En een beetje te lezen. Dat lezen, dat is om wat te leren over wijnproeven en om wegwijs te worden in druiven en streken, zodat je bijvoorbeeld weet van welke druif chablis is gemaakt en dat je ‘m dus kunt proeven naast andere chardonnays.
Proeven, dat kan bij wijnboeren, bij wijnimporteurs – en lekker thuis. Dan kan je natuurlijk in je uppie een rijtje flessen openschroeven en jezelf educatief laten vollopen – “stil, kinders, pappa is wijn aan het studeren!” – maar het is wel zo zinnig en gezellig dat met wat leergierige vrienden en kennissen te doen. En als iedereen een fles meeneemt of om de beurt gastheer is, scheelt het ook nog in de kosten.
Zes, zeven, acht verschillende wijnen, dat is voor de beginnende proever echt het maximum, en ik vind het ook een mooi totaal voor het aantal deelnemers aan dit fijne gezelschapsspel. Meer, en het wordt onoverzichtelijk en rumoerig – zeker na het derde glas.

Niet dat er iets tegen rumoer is, een wijnproeverij moet gezellig zijn, maar het is toch een keurig streven om in ieder geval serieus te begínnen. Dat betekent: rust en ruimte. Rust, want wijnproeven vergt concentratie, dus voer kinderen en huisdieren af en nee, geen gezellig muziekje. En ruimte, want je kunt je niet concentreren als je half bij elkaar op schoot zit of een elleboog in je ribben krijgt steeds als je buur het glas heft. Een grote tafel is het best, met ruimte voor glazen, flessen, spuugemmer(s), waterkaraf(fen) en eventuele proefformulieren. (Klik hier om het By the Grape proefformulier te downloaden!) Ook de glazen moeten ruim zijn, om goed te kunnen proeven, net als de spuugemmers, om er geen troep van te maken. Formaat ijsemmer, met tegen het spatten onderin een slordige prop keukenrol of pleepapier.

Het wijnglas

Bij sjieke proeverijen krijg je voor elke wijn een nieuw glas, maar om kosten en afwas te beperken is éen glas per persoon wel zo overzichtelijk, met een paar op de reservebank voor gevallen van breuk en de diehart die twee wijnen naast elkaar wil proeven. Een scheutje water reinigt het glas voldoende voor de volgende wijn. Over de juiste vorm van wijnglazen zijn hele studies geschreven; al naar draagkracht kunt u beslissen of u iets fatsoenlijks bij Hema of huishoudwinkel koopt, kostbaar Riedelkristal, of een mooie tussenoplossing als Spiegelau.

Schrijven en/of praten

Voor het noteren van afgewogen oordelen zijn pen en papier handig. U kunt het simpel houden – ‘Gatver!’ of ‘Inslaan!!!’ – u kunt hele verhandelingen neerpennen of wat trefwoorden – ‘veel hout’, ‘zwaar’, ‘fruitig’ – u kunt al dan niet cijfers geven. Wijn in woorden gieten blijft lastig. Bij mijn eigen proefclubje schrijven we dan ook niet maar praten er gezellig over. Daarom proef je tenslotte gezamenlijk, om te horen wat de ander vindt, zelf nog eens te ruiken, je mening bij te stellen of nogmaals die andersproevende barbaar trachten uit te leggen dat hij of zij niet spoort.

Hapjes

Wat betreft de aanwezigheid van brood, crackers en water zijn de meningen verdeeld. Ze zijn er om de smaak van de vorige wijn weg te werken voor je de volgende proeft, maar veel proevers, onder wie ik, vinden die onderbrekingen storend, houden de mond liever op louter wijn ingesteld. Wel is men algemeen van mening dat lekkers als worsten, hammen, patés en kazen pas na afloop ter tafel dienen te komen. Zelfs ik kan er zeker tot de tweede of derde wijn vanaf blijven. Maar hoe serieus u ook proeft, na afloop flink wat smakelijke calorieën vind ik verplicht.

'Wat proeven we?'

En tot slot: wat proeven we? Dat kan van alles wezen. Iedereen kan een fles naar eigen inzicht meenemen, je kunt je gasten vragen een fles mee te nemen binnen een afgesproken thema – een bepaalde druif, bepaalde streek, belletjeswijn, licht rood enzovoort enzovoort – je kunt ombeurten een uitgelezen opgebouwde proeverij componeren...
Van alles door elkaar klinkt chaotisch, maar ik vond het in het begin wel het leukst: geuren en smaken leren kennen, zelfs al kon ik ze niet benoemen. Dus dit is de smaak van bordeaux, zo ruikt châteauneuf-du-pape, dit is chianti... Later kun je dan verder gaan, met een rijtje chianti, pape of bordeaux van slecht via goed naar reuzesjiek om verschillen in kwaliteit te onderkennen. En daarna kan er van alles: wijnen van dezelfde druif uit verschillende streken of landen, wijnen uit éen gebied, wijnen van éen wijnboer of wijnen uit éen appellation van verschillende wijnmakers, biologische wijnen versus ‘gewone’, wijnen van éen appellation van weggeefprijs tot schofterig duur...

Koop uw wijnen bij een gedegen wijnwinkel, en/of raadpleeg de Supermarktwijngids, Wijnalmanak, Grote Hamersma en dergelijke. 
En dan is er ook nog de keus of je de wijnen open en bloot op tafel zet of ze vermomt in zilverpapier of oude sok teneinde blind te proeven. ‘Blind’ proef je volstrekt zonder vooroordeel, en raden welke wijn je proeft is goed voor de bescheidenheid, maar weten wat je proeft is ook leerzaam. En het allerbelangrijkste: proef reuze serieus, maar houdt het wel gezellig. Want goede wijn is er om met plezier te drinken.

Download: By the Grape proefformulier

 


De eigenzinnige wijnschrijver Nicolaas Klei wist al vele lezers te bekeren tot zijn overtuiging dat wijn niet moeilijk moet zijn, maar lekker. Wekelijks schrijft hij in Elsevier en AD, en hij publiceerde diverse boeken, waaronder z'n wijnencyclopedie Tot op de bodem. Sinds 2001 publiceert hij jaarlijks de Supermarktwijngids. Nicolaas is vaste columnist voor By the Grape. Klik hier om zijn columns te lezen >>