Afrikaanse garagewijn

Hoe zei Udo het nou? “Zes wijnmakers zijn er, daar in die buurt, en niemand kan er wijn maken. Behalve eentje.” Ja, mooi dat hij me een fles van die uitzondering in mijn handen drukte. Cape Rock, Olifantsrivier, met ‘SGMV’ op het etiket. Waar je syrah, grenache, mourvèdre en viognier uit moet afleiden, Rhônedruiven allemaal, en de laatste drie zijn kleine druppeltjes vergeleken bij de 89 procent syrah. Maar lekker zeg! Geurig, fruitig, precies wat het zijn moet, lekkere klotsende syrah met zwarte bessen en een lik specerijen. En een totale afwezigheid van die gebrande autobanden die ik zo haat in veel Zuid-Afrikaanse wijn. Sappig, verhelderend evenwichtig, niet plakkerig maar ook zeker niet dun. Echt zo’n wijn waarvan je vrienden bewonderend “zo zo!” brommen als ze hem in hun glas krijgen.

 

Olifantsrivier is de noordelijkste wijnregio van de Kaap, hinderlijk ver weg van Kaapstad. Geen olifant meer te bekennen natuurlijk, maar blijkbaar wel die vijf wijnprutsers en die ene goede. Gavin heet hij. Gavin Brand, een jonkie dat in de garage van zijn vaders beste druiven een bijzondere wijn begon te maken, jaren terug. Papa Willie liet hem begaan. En is nu trouwens apetrots. Ze hebben nog wel wat logistieke probleempjes. De tractoren en landbouwapparatuur staan nu buiten, omdat Gavin de complete schuur benut voor wijn. Als wij nu allemaal zijn wijn aanschaffen, heeft hij centen om cement te kopen en nieuwe muren te bouwen. 12,50 euro vraagt WineMatters voor een fles, en dat is helemaal terecht.

 

En waar drink je zo’n SGMV nou bij? Ja, bij braai en geroosterd vlees. Maar in deze tijden zou ik er een boeuf bourguignon bij serveren, zo’n hartverwarmende stoofpot voor bij de open haard.

 

Boeuf bourguignon

1 kg runderstoofvlees, niet mager, in grote blokken gesneden van ongeveer 5 x 5 cm

marinade:
2 uien, gehakt
1 fles rode wijn
klein glaasje marc de Bourgogne (of grappa)
1 blad laurier
zwarte peper

verder:
2 eetlepels olie
50 gram boter
100 gram gerookt mager spek
24 zilveruitjes, gepeld (rauwe uitjes, niet uit het zuur!)
250 gram kleine champignons
25 gram boter

Beurre manié van een eetlepel bloem en een eetlepel boter; zie recept

Marineer het vlees 24 uur voor de bereiding in een afgedekte kom in de koelkast. Blancheer het spek door het met koud water op te zetten, aan de kook te brengen en meteen af te gieten. Droog het vlees af en braad het met het spek in de olie en de boter aan tot het een mooie kleur heeft. Giet de ongezeefde marinade in de pan en laat het vlees heel zachtjes sudderen tot het gaar is (3 à 4 uur).

Voeg 20 minuten voor het einde van de kooktijd de uitjes toe. Bak de champignons in wat boter in de koekenpan tot ze hun vocht verloren hebben. Prak de bloem en de boter samen tot een beurre manié en voeg die al roerend bij de stoofpot. Laat binden en kook nog vijf minuten door. Doe de champignons bij het vlees en serveer.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden