Bekers, coupes en flûtes: drinkgerei voor champagne

Ken je dat, dat je zo door iets geïntrigeerd bent dat je het niet meer uit je hoofd kunt zetten? Sinds ik vorige week het nieuwtje over de porseleinen champagnebekers schreef, laten ze me niet meer los. Want we hebben toch altijd geleerd dat je champagne uit een lang slank glas moet drinken, een flûte, hoog op een steel, met een kleine oneffenheid onderin de kelk om de bubbels mooi naar boven te laten opstijgen? Hoe werkt dat dan in een beker, en helemaal in een beker waardoorheen je niet eens de wijn kunt zien? Hoe zou champagne smaken, uit zo'n beker? Ik ben eens in de geschiedenis gedoken, op zoek naar de verschillende soorten drinkgerei voor champagne.

Bollingerglas
De flûte is absoluut de standaard tegenwoordig, al wordt er nog wel eens een champagnetoren gebouwd met coupes – dat stapelt beter. De flûte is zelfs zo bepalend, dat de beroemde glasfirma Riedel er speciaal één heeft ontwikkeld voor het beroemde huis Bollinger. De vorm hiervan is wat boller dat die van de standaard flûte. Ik mocht er nog niet zo lang geleden Bollinger uit drinken, en ik kan je zeggen: het smaakt echt anders, de Bollingerflûte of een gewone flûte.

Flûtes in de tijd van Napoleon
Flûtes waren er in ieder geval al in de tijd van Napoleon. In de nagelaten huisraad van Josephine, de echtgenote van Napoleon, treffen we lange, wat hoekige glazen, maar duidelijk flûtes. Prachtige afbeeldingen staan in het boek La Cave de Joséphine. Ook in de eeuwen daarvoor bestonden er al flûtes, maar toen werden ze meestal gebruikt voor zoete wijnen zonder bubbels. Aangezien de eerste champagnes ook veel zoeter waren dan nu, is het misschien wel logisch dat hiervoor een flûte werd gebruikt.

Borst van Marie Antoinette
Naast de flûte is er dan de coupe, die helemaal uit is, maar waarvan gezegd wordt dat hij geïnspireerd is op de borsten van Marie Antoinette. Zeker is dat dit een fabeltje is: de coupe komt al voor in 1663 in Engeland, waar champagne op dat moment in de mode kwam. Marie Antoinette was toen nog niet geboren. In een coupe vervliegen de kostbare bubbels echter heel snel, vandaar dat tegenwoordig de flûte de voorkeur heeft. Coupes vinden wij alleen nog acceptabel voor cocktails, zo lijkt het wel.

Leerdam en Copier
En dan zijn er dus de bekers. Diezelfde Riedel van de Bollingerflûte maakte in zijn O-serie ook een champagnebeker. Dichter bij huis bevatten glasseries van de glasfabrieken in Leerdam, gemaakt door A.D. Copier in de jaren twintig van de 20ste eeuw naast een coupe en/of een flûte ook een champagnebeker. Nog tot in de jaren zestig komt in de glasserviezen van Leerdam een champagnebeker voor. De meeste bekertjes hebben een hoogte van circa 10 cm en een diameter van 5 cm (bovenaan). De hierbij afgebeelde is er een uit het servies Romanda, een echt snoepje, vind je niet?

Keuvelende dames
Dat er ook uit die bekertjes gedronken werd, blijkt uit dit dagboekcitaat van de Vlaamse Virginie Loveling uit de Eerste Wereldoorlog: " [...] ik heb voorname dames gezien met een champagne beker Heidsieck tusschen de witte glacé vingeren, in keurigen tailleur, de fijne bottientjes vooruitgestoken op een Smyrnasch tapijt [...]". Je ziet ze voor je, die keuvelende, champagne-nippende dames.

Maar nu moet ik nog weten hoe dat nipt, aan zo'n beker van glas of van porselein...

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden