De goddelijke wijndruif

Een paar weken geleden schreef ik over Romeinse technieken bij het bereiden van wijn, in verband met de moderne Ripasso, een wijn uit de DOC Valpolicella. Er kwamen leuke reacties, waardoor ik dacht: vertel eens iets meer over de wijn in de oudheid, het is je vak. Natuurlijk, iedereen weet wel iets over 'wijn in de oudheid'. Dat de Romeinen – en laten we vooral de Grieken niet vergeten – veel wijn dronken, dat er een aparte god voor de wijn en de wijnbouw was en misschien zelfs dat Italië zijn moderne wijnbouw in de kern heeft te danken aan alles wat hun verre voorouders hebben geëxperimenteerd en gemaakt. Maar er is zoveel meer!

 

Wijn is de drank van het leven. Het werd in de oudheid ook ervaren als de drank van de waanzin, want dronkenschap was een van de meest gevreesde aandoeningen die een mens kon overkomen. Verlies van controle, overschrijding van morele grenzen: dat werd als een ziekte ervaren. Er wordt vaak wat lacherig over 'de geneugten van Bacchus' gesproken als het over wijn in de oudheid gaat. Hoe graag schilderen Hollywoodspektakels over de antieke wereld – Cleopatra bijvoorbeeld, in memoriam de onsterfelijke Elizabeth Taylor die net naar de eeuwige jachtvelden is vertrokken - de Romeinen niet af als dronken lorren die tijdens eindeloze feestmalen hikkend over de tafels hangen. Dat is net zo historisch als de onderbroekjes die de acteurs onder hun quasi Romeinse gewaden dragen.

Wijn werd in de oudheid structureel met water vermengd gedronken. In een verdeling van minimaal 1 deel wijn op 4 delen water, vaak 6 of zelfs 8 delen water. Dat was niet omdat de wijnen vroeger alcoholischer waren dan nu, maar om te voorkomen dat de alcohol – dat toen nog niet onder die naam bekend was en daarom des te angstaanjagender – te snel je geest zou benevelen. Tijdens een lang diner of een symposion moest je helder blijven en met je tafelgenoten kunnen praten. Ook overdag werd van je verwacht dat je deelnam aan het leven zonder dat je wazig van het ontbijt of de lunch opstond. Mengen, mengen, dat was de kunst. Wie ooit het toneelstuk 'De Bacchanten' van de Griekse toneelschrijver Euripides (5e eeuw v. Chr.) heeft gelezen of gezien, weet wat er gebeurt met degenen die overmand worden door de alcohol: zij worden bezeten door de wilde god Dionysus, de oudere verse van de getemde Bacchus, en verscheuren in hun waanzin een mens, drinken zijn bloed.

Dat is een mythe, denk je, dat is een verhaal. Maar een mythe heeft altijd een kern van waarheid. Vervang de rauwe tekst die zich afspeelt in het ruige gebergte in Noord Griekenland door een relaas over 'dood door dronkenschap achter het stuur', en je hebt een gelijksoortig verhaal. Geen mythe deze keer, maar eigentijdse werkelijkheid.

Wat een somber verhaal houdt Lucette deze keer! Maar zo is het niet bedoeld. Wat ik wil vertellen is dat de macht van de wijn, van alcohol, nooit mag worden onderschat. Dat wat je dagelijks drinkt een goddelijk vuur in zich draagt, maar ook de waanzin van de donkere god Dionysus. Daar is in zesduizend jaar niets aan veranderd. Gelukkig drinken we de wijn niet meer met water, want we hebben andere dranken om onze dorst te lessen, maar daarom vind ik het bewustzijn van de kracht van wijn des te belangrijker.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden