De smaak van wijn

Vraag van een lezeres: hoe komt het dat éénendezelfde wijn zo verschillend kan smaken?

 

Tsja, lezeres, dat kan aan van alles en nog wat liggen. Aan de slordig gemaakte wijn, aan de fles, waarvan de één beter bewaard is dan de ander, al komt dat meestal slechts voor bij oude flessen, die al veel hebben meegemaakt, van jaren in een oververhitte wijnwinkeletalage staan tot rustig liggen mijmeren in een koele kelder.

 

Vaker echter ligt het aan ons. Aan onze stemming, aan het weer, het gezelschap... Op een verplicht etentje met mensen die niet kent en die over dingen praten die me ver boven de pet gaan, smaakt de wijn me niet – of soms juist extra goed, als troost. Als je zin hebt in wit, maar er is alleen maar rood, smaakt zelfs je lievelingsrood minder goed, en vice versa. Kom je aan het eind van de middag hongerig en dorstig thuis, dan smaakt de eerste slok wijn heerlijk, zonder dat je heel precies proeft. Het volgende volgens de regels besnuffelde glas smaakt anders, terwijl de glazen erna minder kunnen smaken, doordat je aan de smaak gewend raakt, of juist beter, doordat de wijn langer openstaat, en onder invloed van zuurstof verandert.

 

Kortom: dat wijn anders smaakt, kan ‘m in de wijn zitten, maar zit ‘m toch vooral in onszelf. Je merkt het ook bij proeverijen: bij de zesde wijn roepen mensen dat ze nu alle smaken door elkaar halen, of niks meer proeven: neus en tong zijn moe. Zoals alles kun je ook dat trainen, en kun je op een gegeven moment ook de twintigste of dertigste wijn nog haarscherp proeven. En merk je dat je minder gevoelig wordt voor stemming, omgeving en dergelijke, kun je de wijn zelf steeds beter beoordelen zonder dat je je laat afleiden. Al is het nog steeds zo dat ik thuis, in alle rust, beter proef dan op een drukke proeverij. En smaakt wijn het best met lekker eten en - nog belangrijker - aardige mensen aan tafel.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden