Een duik in de wijngeschiedenis

In mijn wijnkelder kan ik in 'de wijngeschiedenis' duiken: met de jaartallen van de flessen komen herinneringen op aan voorbije decennia, maar ook aan de plaatsen waar ik sommige wijnen heb gekocht. Dat is geschiedenis op de korte termijn. Maar de echte wijngeschiedenis, die rekent niet in decennia, maar in millenia. Dat is pas een duik nemen: tot op de bodem.

 

Een paar maanden terug werd het nieuws gemeld dat de alleroudste wijnpers ter wereld is gevonden, ergens in een van de Kaukasische republieken. Niet compleet, maar wel zo dat je kan zien dat er druiven werden geperst en wijn/most werd opgeslagen. Maanden geleden, dat is natuurlijk oud nieuws voor onze nu.nl/you tube generatie, maar als je weet hoe lang het duurt om een archeologische vondst te determineren en te borgen, en hoe lang die wijnpers al verborgen in de aarde heeft gelegen – zo'n zesduizend jaar – ach, dan is een paar maanden niets. Daarom schrijf ik er toch maar over, ook al brandt het nieuws niet meer.


In mijn hoofd brandt het nog behoorlijk, want wijngeschiedenis is een van mijn favoriete onderwerpen. In den beginne, in de prehistorie, was er niets, alleen wilde graansoorten en wild groeiende druivenstokken. Toen ontdekte de mens door samenlopen van omstandigheden dat gemalen graan verwerkt kan worden tot brood, en er was brood. Dat kostte wel zo'n tweeduizend jaar, gerekend vanaf het einde van de Nieuwe Steentijd, het Neolithicum, rond 8000 v. Chr. Bij het brood was er om te drinken alleen water of melk van runderen en geiten, óf, daar in de Kaukasus, sap van de vitis vinifera druiven, in het najaar. Toen waren er weer samenlopen van omstandigheden en de mens ontdekte dat rijpe druiven in de zon gaan gisten. Dat het sap dan ineens heel anders smaakt en je van je zinnen kan beroven. Toen was er wijn, om nooit meer voorbij de menselijke horizon te verdwijnen, evenmin als brood. Het kweken van een druivenras waarvan de bloemen regelmatig werden bevrucht zodat er überhaupt druiven aan de struik konden komen, en het aanleggen van wijngaarden: dat kostte wel weer zo'n tweeduizend jaar, grofweg. We zijn dan ongeveer bij die oudste wijnpers aangeland, die nu recentelijk is opgegraven. Het is dan ongeveer 4000 v. Chr.



Zesduizend jaar wijnbouw: wat vervult me nu met de meeste bewondering, wat steekt het vuur van de passie aan in mijn hoofd: de kracht van de natuur of het vernuft van de mens? Zijn eindeloze geduld, gevoed door zijn verlangen naar wijn? Allebei, want het een is er niet zonder het ander. Maar ik kan vooral het menselijk vernuft en geduld niet genoeg danken, dat het zich al zo lang op het maken van wijn  richt, niet op het bedenken van weer een gereedschap om de ander de hersens in te slaan. Wijn is een gave van de vrede, net als brood. Ergens in de Kaukasiche wildernis vielen klimaat, menselijk inzicht en sociaal-economische omstandigheden in die verre oertijd net zó perfect samen dat er het fantastische geschenk van de wijn kon ontstaan. Daar waar mensen elkaar om duizend redenen graag de hersens inslaan, tot op de dag van vandaag, daar kwam de wijn als vredestichter en cultuurdrager. Wij genieten er nog iedere dag van, daarom drink ik vanavond op onze verre voorouders in de Kaukasus, die zo van wijn en wijnbouw hielden, dat zij hun stammentwisten er even voor vergaten.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden