Geboorte van een wijngaard (deel 8)

In mei 2009 zitten we nu, de wijnplanten groeien voorspoedig. Vanuit de snoei van maart (twee à drie ogen) komen er vele scheuten. We hebben er slechts een nodig. De sterkste, dikste, meest rechte selecteren we, de rest breken we met de hand af. Deze scheut binden we met tape op aan het bamboestokje. De onderse dieven halen we uit de oksels en de druiven ook, ze zijn nu niet gewenst in het tweede groei-jaar. Hoe meer je weghaalt, des te sneller hij omhoog gaat groeien.

Als de punt van de plant 10 cm boven de fruitdraad uitkomt, die zich op 75 cm hoogte begeeft, breken we de groeipunt eruit. Nu gaat hij snel in de breedte groeien, de bovenste dieven worden scheuten. De bovenste twee scheuten worden gevormd op de fruitdraad, een naar links en een naar rechts. En vastgemaakt met plastic tape. Als deze twee zijscheuten voldoende lengte hebben, gaan hier ook de groeipunten uit. De plant is gevormd in een T- formatie (de cordon).

Het hangt van de planten zelf af of deze nu twee zijarmen verder gaan groeien naar boven. De groeikracht/gelijkheid is erg wisselend. De ene wijnplant vliegt de grond uit, en de andere laat zich niet of heel laat zien. In februari van 2010 snoeien we de slecht groeiende weer aan de grond af op twee à drie ogen, deze mogen het dit jaar weer proberen. Vaak komen ze dan sterker uit de strijd. De sterke wijnplanten worden bijgesnoeid, voor hun eerste drachtje druiven.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden