Kater na slechte wijn

Maandagochtend



Langzaam maar zeker ontwaak ik uit iets dat het midden houdt tussen een bijna-doodervaring en een onuitgeslapen roes, met een langzaam wegsluipende nachtmerrie van iemand anders, waarin ik een slechte bijrol vertolkte.


Ik bevind mij in horizontale positie op de bank. De toestand van mijn bonkende hoofd laat zich het beste vergelijken met een wekenlang niet verschoonde goudvissenkom.


Het meedogenloze ochtendgloren dat zich ongevraagd toegang verschaft door de open gordijnen, werpt een onflatteus licht op hetgeen zich op de salontafel bevindt.


In slagorde opgesteld staan er lege - dus inmiddels echt waardeloze - literflessen huiswijn van een grootgrutter die ongetwijfeld meer verstand heeft van afbakbrood. Op de elkaar olympisch overlappende rode kringen staat een overvolle asbak.


Mijn hele fysieke universum wordt overheerst door de vileine nasmaak van de ranswijn in mijn mond. Deze verdringt zelfs de filterloze rooksmaak. De laatste slok was meer dan tien uur geleden… Nooit gedacht dat goedkope wijn zo’n lange afdronk kon hebben.


Alle flessen zijn echt helemaal leeg. Jammer, want ik had graag ontdekt hoe deze zich smaaktechnisch ontwikkeld had. Bepaalde wijnen worden dan beter; slechter had deze wijn sowieso nooit kunnen worden.


Ik sta voor voldongen feiten en kies eieren voor mijn geld. Dus open ik de koelkast. Ik moet nieuwe krachten opdoen. In de deur staat een pak halfvolle melk. Even verderop een blikje Red Bull. Ik grijp naar de fles Champagne die er tussenin staat. Schichtig kijk ik op mijn horloge; het is al half elf. Ik mag wel opschieten, bedenk ik me, want de beste tijd om wijn te proeven is des ochtends om tien uur. Dan ben je - als het goed is - monter, fris en uitgeslapen en functioneren de voor wijnproeven benodigde organen op hun best.


De kurk plopt, het glas loopt vol. De eerste, grote slok verdwijnt in de krochten van mijn droge, uitgebeten mond, waarna de bubbelwijn traag mijn keelgat bereikt. De tweede slok brengt pas echt verlichting.


Ik ontspan en werp een blik naar buiten. Een kleine file vormt zich in mijn straat, met bewegingsloos verkeer vanwege een truck die staat te lossen. Eén automobilist verliest zijn geduld en toetert. Na enkele minuten vindt hij bijval, resulterend in een claxonnade van opgekropte frustratie, voortkomend uit de zinloosheid van de beoogde verplaatsing. Mensen kunnen zich welbeschouwd de moeite van het vertrek besparen, omdat ze aan het einde van de dag toch weer terug moeten naar huis.


Ik schenk mijn inmiddels lege glas nog eens goed vol en ga er demonstratief mee voor het raam staan. Ik hoef nergens heen. Ik klop op het raam, grijns breed en breng een flinke toast uit op de helden van Nederland; de belastingbetalers die mijn - met goedkope wijn doordrenkte - leven in stand houden. Alleen op maandagochtend is er Champagne; voor veel mensen vormt dit het absolute dieptepunt van de week, voor mij is het een hoogtepunt.


Niemand toast terug. Niet gezellig, maar al met al wel begrijpelijk.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden