Nederlandse wijn blijft nergens

Het regent pijpenstelen en we rijden door een nieuwbouwwijk in Noord-Brabant. Af en toe komen we een andere auto tegen. Een vertegenwoordiger? Iemand die verdwaald is zeker? Ze rijden net zo zoekend rond als wij. Alle straten hier lijken op elkaar. Een jonge moeder met drie Dik Tromkindertjes weet de weg niet, twee moekes spreken elkaar tegen. 'Links dan, dacht ik.' 'Rechts toch?' We zeggen maar niet waar wat we zoeken. We zoeken een wijngaard. Dat verwacht niemand hier.

 

Aan het eind van de nieuwbouw breekt in ene de zon even door. Een kaal weiland, een verregend maisveld, en dan een bord: Wijngoed De Linie. Fourwheelend soppen we richting een schuur. En dan zijn we thuis. Thuis alsof we in het gezelligste stukje Bourgogne zijn, al heet de wijnboer Marius van Stokkom en praat hij Nederlands. Krap anderhalve hectare verzorgt hij. Met alle problemen van ons natte en kille klimaat, met alle warmte en enthousiasme.

 

Als elke goede wijnboer begint hij de rondleiding in de wijngaard. Hij is in 1977 begonnen met een heel klein stukje, en heeft het in de loop der jaren stukje bij beetje kunnen uitbreiden. Pinot blanc, gris en noir staat er, gewurztraminer, riesling en regent. Hij gebruikt geen insecticiden en oogst zo’n zestig hectoliter per hectare. Inmiddels begint het weer te gieten, dus we gaan naar binnen. Tijd om te proeven.
Een goed dozijn flessen staat te wachten. Maar De Linie maakt toch maar twee wijnen? Wit en in mooie, warme jaren wat rood? Zeker, glundert Marius van Stokkom. Maar hij dacht dat we ook wel wat oudere jaren zouden willen proeven.

 

We zijn een heel welopgevoed proefclubje, dus we zeggen niks, maar we denken het wel allemaal. Witte wijn, die wordt slechts zelden lekkerder met bewaren. Dat is in echte wijnlanden zo, dus hoezo denkt deze vriendelijke fanatiekeling dat zijn Brabantse wijn na elf jaar nog drinkbaar is? Trouwens, wie weet is zelfs zijn verse oogst hooguit - eh, interessant.

 

Maar nee, dit is allemaal helemaal niet gek. En je proeft wat ik ook de afgelopen tien, vijftien jaar in Nederlandse wijn proefde. De kwaliteit gaat vooruit. Ik herinner me een proeverij in Brussel, eind jaren negentig, waar we als jury met de grootste moeite een nog enigszins drinkbare wijn als winnaar uitriepen. Maar de laatste jaren proef ik steeds vaker Nederlandse wijn waarvan ik zeg: ‘helemaal niet gek!’ Voor Nederlandse wijn.

 

Want zo is het wel. Het is prima Néderlandse wijn. Ja, ik kan zonder moeite een rijtje Duitse of Franse wijn vinden, niet te zuipen, wat een vuiligheid, alsjeblieft, geef me een glas van Van Stokkoms nectar! Maar zet de eerste de beste góede Franse of Duitse wijn neer, en de Nederlandse wijn blijft nergens. Want het is hier toch te koud en te nat en te vlak.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden