Palmer door de peertjes

‘Doe maar wat van die Palmer door de peertjes’ riep mijn man dit weekend balorig. Dat geeft een minder geslaagd bezoek aan onze kelder in een notendop weer. Deze week was de greep van mijn lief, bestaande uit drie flessen uit 1990, 1992 en 1993, niet zo geslaagd. Het treurigst was ik over de Château Palmer, een 2èmecru classé, een fles waar ik me wat van had voorgesteld. Ooit gekregen als cadeau bij Ailko’s afscheid als eigenaar van restaurant Les Quatre Canetons, had ik hem tot voor kort buiten de roulatie gehouden.

Wie zei dat je in matige jaren – zoals 1993 – dure cru’s moet kopen omdat zij altijd, ook in matige/slechte jaren zouden scoren en in het laatste geval veel goedkoper zijn? Die persoon is nu ontmaskerd, of zeker toch de mythe over prijs en kwaliteit. De Palmer miste elke charme, had nauwelijks neus en geen afdronk. Na een half glas bij mijn overheerlijke hachee riep Ailko dus dat de wijn maar bij de peertjes moest. Die stonden net – nog een teleurstelling, maar daar was ik op voorbereid- te stoven in de geheel uitgedroogde 1990 Fourcas-Dupré, een cru bourgeois uit Listrac-Médoc. Een wijn uit een mooi, vrolijk jaar vol sap, die we duidelijk te lang hebben laten liggen – ook een eenling gelukkig.

De echte winnaar van de week is een wijn uit een van mijn favoriete Franse wijnprovincies: de Anjou. HDe echte winnaar van de week is een wijn uit een van mijn favoriete Franse wijnprovincies: de Anjou. Hier gedijt de chenin in volle glorie op kalk/tufsteen en ligt aan de basis van wondermooie, super subtiele liquoreuze wijnen die mij vaak meer bekoren dan Sauternes. Qua karakter gaan ze, door de fijne zuurgraad die de chenin hier ontwikkelt, meer richting riesling.

De 1992 Clos de Sainte Cathérine, Côteaux du Layon van Domaine des Baumard was alles wat ik ervan verwachtte, ooit in 1997, toen ik een doosje kocht bij het domein, op reis met een groepje sommeliers. Dankzij hun sterke armen is de doos via twee vliegvelden in mijn kelder beland, waar hij dertien jaar heeft mogen rijpen. Wat een geur, met een spoortje honing en frisheid, achttien jaar lang bewaard, en iets wat ik alleen maar kan omschrijven als terroir en de hand van een erg goede wijnmaker.

De wijn smaakt fijn en is verkwikkend; nadat we hem als aperitief hebben gedronken besluit ik hem te combineren met de mosselen die op ons menu staan. Waarom zou deze wijn niet bij dat vlezige zeebeestje passen, gesmoord in een risotto waarin de wijn wordt verwerkt? Decadent, maar uitdagend. Het was een bijzondere sensatie. Ook al heb je geen Côteaux du Layon 1992 bij de hand, probeer eens een mosselrisotto met een licht liquoreuze wijn. De risotto wordt rijper van toon, minder pittig maar wulpser. Wat is een betere manier om het weekend te beginnen?

 

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden