Prosecco (door Nicolaas Klei)

Vroeger, toen alles nog was zoals het hoorde, dronk niemand belletjeswijn, want dat mocht niet van God. Alleen de Rijke Mensen, die dronken champagne. Maar die waren toch al zondig, anders waren ze niet zo rijk geworden. Slechts op verjaardagen werd er wel eens Zoete Spaanse geschonken, en, later in de jaren zestig, in kunstenaarskringen, waar wel meer niet deugde, ruig rood dat de maagwand schuurde en katers gaf in het schelle ochtendlicht.



Intussen echter was er iets begonnen dat de consumptiemaatschappij heette, waardoor iedereen steeds meer geld kreeg en nog veel meer uitgaf en ook wijn ging consumeren, want zo gaat dat. Zelfs schuimwijn werd geconsumeerd, tersluiks, met oudejaar en ondeugende gedachten.



En toen, aan het begin van het derde millennium, kwam de prosecco. Prikwijn uit Noord-Italië die reuze lekker was want goedkoop en niet zo zuur.  Binnen de kortste keren dronk iedereen prosecco en we zijn er nog niet mee opgehouden. Want wat is dat feestelijk, die belletjes in het hoge, slanke glas! En wat voelt dat luxe, een heuse mijnheer, een vrouw van de wereld, het bezoek te vragen ‘een glaasje prosecco?’

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden