Tuindruif: kleintjes worden groot

Sinds een jaar of vijf hebben wij een druif in de tuin. Hij begon als kleine stek, ongeveer 50 centimeter hoog, en had een dubbele stam, voor zover er al sprake kon zijn van een stam. Ik had hem tegen een hoekpaal van de pergola geplaatst.

De eerste twee jaar schoot onze kleine de lucht in. Gebruik makend van de dwarsbalken van de pergola, spreidde hij zijn vleugels naar twee kanten. In deze twee jaar bleef hij vrijwel vruchteloos. Het derde jaar hingen er echter al een hoop trossen in. Het vierde jaar begon ik met experimenteren, en knipte onverbiddelijk iedere tros weg, waarop ik in 2010 kon concluderen dat dit zijn vruchten had afgeworpen, want de ranken waren nu bezaaid met witte druiventrossen.

Hoewel de kwantiteit goed was, liet de kwaliteit te wensen over. Doordat de plant al zijn voedingsstoffen moest verdelen over al die vruchten, bleven deze in grootte achter. Laat in de zomer, begin najaar, snoeide ik de minst belovende trosjes weg. Van tijd tot tijd proef ik een paar druiven, en het valt op dat ze steeds zoeter worden.

Eind september bezocht ik enkele Nederlandse wijngaarden tijdens de Nederlandse wijnfeestweek. Daar kreeg ik het advies om die druiven lekker te laten hangen, ook in de winter. “Goed voor de vogels”, was het argument. En inderdaad, regelmatig komt er een merel één of twee druiven door zijn keel laten glijden. Nu, met de sneeuw, pikt de merel een druif, om hem vervolgens onder een afdakje te ontleden. De pitten worden steeds groter namelijk, en het vruchtvlees neemt af.

Deze winter ga ik weer experimenteren door de inmiddels volwassen plant flink terug te snoeien. De stam is inmiddels in omtrek sterk toegenomen en lijkt al op een “vieille vigne”. Gerimpeld en al. Met de nodige verzorging, liefkozing en koestering wordt onze tuindruif gegarandeerd stokoud.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden