Vakanties met bijzondere wijnverrassingen

In Hongarije zijn de regio’s Budapest en Balaton de meest bezochte vakantiebestemmingen, en terecht. Ook voor de nieuwsgierige wijnliefhebbers een goede keuze. Ook deze zomer en najaar is er in het hele land een keur aan wijngerelateerde activiteiten langs de regionale wijnroutes en u hoeft niet persé zelf te rijden.

Mocht je niet verder dan de hoofdstad komen, in de prettige omgeving van de kelders onder de burcht van Buda bij het Koninklijke Wijnhuis en Keldermuseum (Királyi Borház és Pincemúzeum) kun je stille wijnen uit alle 22 Hongaarse wijnregio’s, maar ook mousserende wijn en brandewijn (pálinka) proeven. Vakkundige begeleiding in vreemde talen is aanwezig. Wil je zelf de meest bijzondere exemplaren van de talrijke inheemse Hongaarse rassen ontdekken, dan heb ik twee tips voor je. Want wat is een vakantie zonder minstens één nieuwe verrassend smakelijke wijn?

Kéknyelű, de sexy druif uit Hongarije
We weten dat de bloemen van de wijnstok over het algemeen tweeslachtig zijn. Ze beschikken zowel over een stamper als meeldraden en kunnen zichzelf bestuiven en bevruchten. Het Hongaarse ras kéknyelű (blauw-steel) is een oerdruif gebleven en heeft nog een actief seksleven. Om bestuift te worden heeft deze een ander ras nodig, namelijk de budai zöld (groen uit Buda). Het wordt uitsluitend in Badacsony (wijngebied bij het Balatonmeer) gemengd verbouwd en het is een Hungaricum (autochtoon Hongaars ras). De verhouding is 70:30, in het voordeel van de kéknyelű. Gemengd betekent hier niet per ras in rangen, maar beide rassen in een rij. Het wordt wel apart geoogst.

Maar vanaf 2007 (eerste wijn) heeft een nieuwe partner het werk van de wijnboer/wijnmaker er makkelijker op gemaakt. Het rivaalras rózsakő (rozen-steen) is een kruising tussen kéknyelű en budai zöld. De smaak lijkt meer op die van kéknyelű en het wordt in complantatie aangelegd en meestal gemengd geoogst. Deze nakomeling heeft het beste van de twee rassen: de vruchtzetting is uitstekend, de wijn is evenwichtig. In goede jaren de wijn heeft mooie, levendige zuren, diepgele kleur (fysiologisch rijpe druiven- 12% alcohol), discrete florale hint (gele rozen) en kaneel in de geur. Na de honing- en sauvage-smaak met een zoetje komt de duidelijk mineralige (zoute!), mooie afdronk. De smaken harmonieren na het beluchten weer anders. Wit kalkoenvlees met een botersaus (honing/gember) bij deze wijn was zeer de moeite waard. En dit alles door een prachtig terroir: de vulkanenvallei van Badacsony.

Csóka-druif uit de genenbank herrezen
De Csóka-druif (csóka=kauw, torenkraai) was/is een inheems ras in het Karpaten-bekken. Zijn naam komt door de bijna zwarte kleur van de trossen. Elders wordt de druif ook wild-zwart genoemd en het was het dominante rode wijn ras (Vitis Lauinia) tot de middeleeuwen, tot de kadarka de overhand krijgt, in het zuiden van het land (Villány, Szekszárd). Daarna tijdens de Monarchie in de bekende wijnen Budai Ó-Vörös of Promontori Ó-Vörös wordt 2/3 kadarka en 1/3 csóka gebruikt. Volgens de oude wijnmakers passen de twee rassen heel goed bij elkaar.

In de periode van de volumeproductie is als ’ongeschikt’ uitgeroeid en alleen in het Oenologisch Onderzoeksinstituut in Pécs bewaard gebleven. Szentesi József heeft in de buurt van het Velencei-meer als eerste weer de csóka-stokken aangeplant en er na meer dan een eeuw een uitstekende bewaarwijn van gemaakt. Dit heeft Vylyan uit Villány ook overtuigd. Zij hebben een ’zwak’ voor de authentieke rassen en ze maken mooie assemblages daarvan. Hun Csóka 2008 is lichtvoetig kruidig, sappig en smakelijk rijk. Zeer donker rood van kleur met rode bessen- en viooltjesgeur, de behoorlijke tannine en zuren in de (jonge) wijn geeft nu al aan dat het klaar staat om het ’hout’ mooi te integreren.

Op naar de wijnavonturen en veel plezier toegewenst.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden