Vindingrijkheid in de evolutie van de druif

Zo werd op de te bewaren wijn vaak olijfolie gegoten. De olijfolie, lichter dan de wijn, dreef boven op de wijn en voorkwam dat de wijn oxideerde. Dan kan je al eens vloeken als een kurk afbreekt, maar het blijft toch een stuk efficiënter.

 

Legendarisch is de Opinium. Deze wijn werd gemaakt in 121 voor Christus, toen Lucius Opimius consul was, na een uitzonderlijk zonnig jaar. De legende leert ons dat deze wijn tot 4 na Christus (125 jaar!) gebruikt werd om jonge wijn op te waarderen. De “Opmische” wijn, zoals die werd genoemd, was ondertussen een soort bittere honing geworden en werd heel fijn versneden gebruikt.

 

Wijn was in die tijd geen luxe artikel! In tegendeel. Het werd vooral gedronken omdat het (drink-)water in het beste geval ongezond, meestal zelfs besmet was. Bier of wijn bood de oplossing, als er maar alcohol in zat om micro organismen te doden. Hoewel men dat in die tijd wellicht niet eens besefte…

 

En nee, dat is tegenwoordig geen excuus meer…

 

In de daaropvolgende anderhalve eeuw wordt de wijnbouw verder uitgebreid over Italië, Sicilië, Spanje, Noord Afrika en Portugal. Tegen het begin van onze jaartelling regeren de Romeinen over het Zuidelijke deel van wat nu Europa is. En manifesteren zich als wijnbouwers en –handelaars. Zo verkochten zij één amfoor wijn aan de Galliërs voor 1 slaaf…

 

Een amfoor is een grote aardwerken kruik van 25 tot 35 liter, die later als model stond voor “de beker met de grote oren” van de Champions League voetbal. Merkwaardig is dat die amforen puntige bodems hadden en dus uit zichzelf niet recht bleven staan. Bovendien waren ze poreus en kon de wijn er niet lang in bewaard worden. Maar de glazen fles was voorlopig niet op aankomst.

 

Ondertussen verspreiden de Romeinen de druiventeelt achtereenvolgens in het Rhonedal, Languedoc, Narbonensis (Provincia), het dal van Loire en Rijn, Bourgogne, Parijs (jawel, eventjes toch), Champagne, Moezel en, tenslotte, Bordeaux. Ook de Provence, waar de Grieken de eerste wijngaarden hadden aangeplant, werd verder uitgebouwd door de Romeinen.

 

Bij de Kelten, grofweg iets Noordelijker te situeren, maakten de druïden een “magische” drank die de Asterixen en Obelixen ongeziene kracht gaf, voor zover de legende ons verteld. Wel, de tonische drank, die volgens de geschiedkundigen door de druïden werd gemaakt, was op basis van gegiste druiven en honing, afgewerkt met kruiden. Een soort glühwein denk ik…

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden