Wijn met een grote mond

Tannat, de naam zegt het al. Wijnen met veel tannines die je mond zo lekker doen samentrekken. Jong vaak ongenaakbaar, stroef, hard, niet aan te beginnen. Niet voor niets hebben boeren uit de Madiran in het Zuid-Westen van Frankrijk, waar wijnen van dit druivenras gemaakt worden, het moeilijk. Buiten Frankrijk wordt de druif alleen in Uruguay op redelijke schaal aangeplant, waar het klimaat het mogelijk maakt om heftige, maar rondere, zachtere wijnen te maken. Buiten de Madiran laten ze hem in Frankrijk zelf ook liever links liggen.

 

De jonge wijnen die verkocht moeten worden zijn als rozen in de knop; je kunt je er eigenlijk alleen maar aan prikken en ze geven hun schoonheid nog niet prijs. Dan laat de consument die wijnen dus in het schap liggen. Als een wijn echter een flink aantal jaar heeft gerijpt en de tannines een beetje zijn afgebouwd, kan deze zich ontpoppen tot een fraaie vloeibare waterfee die uit woeste wateren omhoog komt.

 

Afgelopen donderdag bracht een verjaardagseten mij naar het knusse restaurant De Opera van Harrie Hendriks en Anne Engel. Harrie kookt heerlijk puur met geweldige ingrediënten naar ideeën van de Slow Food-beweging en Anne zorgt voor een gemoedelijke, rustige, toegewijde bediening. Na verschillende gerechten met zalige Gillardeau oester (waarvan die met Tarbot en alikruiken mij als een van de mooiste gerechten van de afgelopen tijden zal bijblijven, terwijl kokkels met venkelthee ook zeker niet te versmaden was) bracht het hoofdgerecht ons ree, zwezerik en ossenstaart met ragout. Wow, wat een gerecht. En wat daarbij te drinken? Na overleg met Anne en twijfel over de Montepulciano van Cvetic kwamen we uit bij de Montus Cuvée Prestige 1998 van Alain Brumont.

 

Brumont is een van de voorvechters en toonbeelden van Madiran. Begin van deze eeuw is onder enige financiële druk (nogmaals, jong verkopen deze wijnen moeilijk) de stijl veranderd van authentiek klassiek naar bijna nieuwe wereld-modern om wijnen jonger toegankelijker te maken. Nog steeds mooie wijnen, maar anders. De 1998 die wij hadden was nog in de oude stijl gemaakt en wat was dat een gave wijn, zeker bij het gerecht. Een echt stoer glas: dierlijk in de neus, aroma's van tabak en zwart bessenfruit. Mooi gerijpt, maar eigenlijk nog jong. In de mond gelukkig niet het heftige geweld dat je kan verwachten van zuidelijke wijnen, maar met slechts 12,5 % alcohol heerlijk drinkbaar, bijna lichtvoetig, prachtig zacht. Een stoere boeren vent, breed geschouderd en imposant als van die zeiswerkers van Van Gogh, maar een karakter om te knuffelen.

 

Kun je nog aan deze grote mond komen op veilingen of in winkels waar hij goed opgeslagen is geweest, koop ‘m dan voor zijn kleine hartje en eet er een mooi stuk wild bij. Niet óf, maar én ga eten bij De Opera in Den Bosch waar je deze wijn ook nog eens goed opgeslagen uit een mooie Riedelkaraf kunt bestellen.

Reacties

Wees de eerste om te reageren...

Laat een reactie achter
* Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd.
* Verplichte velden